Niemand bleef peinzen over het litteken op zijn voorhoofd

Noodzakelijke visites bleven als dood op de grote weg

Een klein hertje zocht de ingang van de villa

Een onbepaalde verontrusting keek traag uit het venster

Alleen de temperatuur trachtte zich ervan te overtuigen naar buiten te gaan

In zijn lichaam besloten bleef de jongen zitten

Een poosje in schaamteloze voorbereiding

Er is hier opnieuw een afstand om ijskoud te overbruggen

Het behagen de kamer binnen te gaan met een droevige kneuzing

Het ergste: te kalmeren zonder de juiste uitdrukking te geven

Hem te bewaken en woedend voorwaarts te duwen

De moeilijke geest liet vochtige sporen achter

Hij dacht wel dat zijn dierbaarste ideeën het hem zouden vergeven

De stilte verbleekte, ofschoon de geur zich verspreidde

Altijd transpirerend duwde hij de blinden open

De muren zouden vandaag niet ophouden met zingen