Tot daartoe heb ik in mijzelf gewoond

een plaagvogel pikt wormen en geeft toe

“Ja, ik ben treurig”

de gewonnen grond zwijgt

Jagers, de Allemannen,

dienen de afschuwelijke dag

ze wandelen door het Park

in de rivier drijft

een reisleider voorbij

Er valt per ongeluk

een schoen in mijn handen

een stem klinkt uit de lucht

de dood zit – alleen –op een bankje