bij mijn voordeur staat een jager

Die mij vraagt of hij mag schieten

Mag hij die hertenogen koud maken

De warme dieren die mij aankijken

Wanneer ik ‘s avonds door de tuin loop

Die stilstaan en vragen of ik gevaar ben

En de jager vraagt zich af

Of het mag om hen die tussen de bomen leven

Zij die op het mos slapen

Hen die je amper ziet

Mag hij hen dood en zelf levend

Net als hen tussen de bomen wonen

Onder een steen leven

Onder een mosdeken

Stil liggen als het sneeuwt